voederen
` voe – de – ren, (voederde, h. gevoederd), voeder geven; ook 3 voeren
` voe – de – ren, (voederde, h. gevoederd), voeder geven; ook 3 voeren
waar veevoeder verbouwd wordt ;gewas dat uitsluitend of voornamelijk als veevoeder wordt geteeld
etensbak, trog, voerbak, bak, krib
D.w.z. verteerbaar ruw eiwit.
geheel of gedeeltelijk uit vlees of slachtafvallenvoer bereid voeder voor honden, katten en andere gezelschapsdieren
` voe – den, (voedde, h. gevoed),
Voice over DSL, telefoneren via breedband internet.
afgeleefd, haveloos, prullig, sjofel, nietswaardig
haveloos, prullig, sjofel, versleten
prulwerk