Zuid-Slavisch
Joegoslavisch
Joegoslavisch
Joegoslaaf
De gezamenlijke ontwikkelingslanden
koeltje, vleugje, windje, ademtocht
` zuch – ten, (zuchtte, h. gezucht), een zucht slaken;, onder iets zuchten, het als een drukkende last voelen
I, de -woord (mannelijk), zuchten, zware uitademing, verzuchting: een zucht slaken ; een zucht van verlichting ;, II, de -woord,
Lucht, het mengsel van gassen waar de atmosfeer uit bestaat.
mediocre, niet te best, matig, middelmatig
dermate, dusdanig, zo, zodanig
zo` wel, voegwoord, evenzeer: zowel de vader als de zoon