Wat Betekent Het?

Voor De Betekenis Van Alle Nederlandse Woorden!

coxsackie-koorts

een vrij onschuldige besmettelijke ziekte, genoemd naar het Deense eiland Bornholm, alwaar in 1930 een epidemie van deze aandoening uitbrak

coxitisch bekken

bekken gekenmerkt door een asymetrische stand van het sacrum en daarmee van het os coccygum t.o.v.de zitbeensdoorns

coxarthrose

degeneratieve, niet-ontstekingachtige aandoening van het heupgewricht

coxa valga

vrij zeldzame afwijking, waarbij de hoek tussen hals en schacht van het femur vergroot is; het heupgewricht vertoont verhoogde abductie, verminderde adductie en buitenwaartse rotatie

coxa vara

afwijking waarbij de hoek tussen hals en schacht van het femur is verkleind

coxa plana

aandoening van een of meer ossificatiecentra bij kinderen met een geleidelijk wetmatig verloop, beginnend met een aseptische subchondrale botnecrose, leidende tot fragmentatie, gevolgd door regeneratie en hernieuwde calcificatie; in de kop van het femur

coxa saltans

pijnlijke springende bewegingen van het heupgewricht door bursitis of door verdikking van de tractusiliotibialis bij glijden over de grote trochanter tijdens buiging