daggelder
dagloner
dagloner
` da – gen, (daagde, h. gedaagd),
` da – ge – raad, de -woord (mannelijk), aanbreken van de dag
de totale dosis te geven per dag
positie: bij de positie-administratie de positie welke in bepaalde waarden (effecten, vreemde valuta, edele metalen enz.)wordt ingenomen, voor eigen rekening en risico. Moet i.v.m. koersschommelingen van effecten enz. zeer vaak (bv. dagelijks) opnieuw bepaald worden
door de snelheid van de waarnemer als gevolg van de draaiing van de aarde om de zon ontstaat een schijnbare afwijking in de richting van de sterren
het tot op het moment(bij real-time)of per dag(bij stapelverwerking)op de laatste stand brengen van een gegevensverzameling
de totale dosis te geven per dag
` da – ge – lijks, bijvoeglijk naamwoord en bijwoord, op of van elke dag: het dagelijks leven ; hij gaat dagelijks naar school ; rooms-katholiek :, dagelijkse zonde, geringe zonde;, tegengest : doodzonde ; zie ook bij bestuur
lapzwans, luiaard, nietsnut