Wat Betekent Het?

Voor De Betekenis Van Alle Nederlandse Woorden!

data-omroep

datacommunicatiedienst, gebaseerd op de techniek van radiouitzendingen, die digitale data via omroepinrichtingen naar verschillende ontvangstpunten tegelijk distribueert

data-onderschepping

gebruikersdata wordt gedurende een communicatiesessie onderschept door een onbevoegde gebruiker

data-interceptie

gebruikersdata wordt gedurende een communicatiesessie onderschept door een onbevoegde gebruiker

data-gestuurde executie

in een datastroom-model:een verwerking wordt pas dan uitgevoerd als alle ervoor benodigde data aanwezig zijn

data-gericht zoeken

een inferentiemechanisme, dat met bekende feiten en bekende regels nieuwe feiten probeert af te leiden; de nieuw afgeleide feiten zijn dan bekende feiten geworden en het proces herhaalt zich totdat een conclusie is afgeleid of er geen nieuwe feiten meer af te leiden zijn

data-georiënteerd programmeren

programmeerstijl waarbij het gedrag van een systeem bepaald wordt door het feit dat het onderzoeken of toekennen van een waarde aan een variabele leidt tot het activeren van een procedure

data-eenheid

a) ten behoeve van FTAM, kleinste eenheid van een bestandsinhoud die bestandsopslagacties kunnen manipuleren; elke data-eenheid hoort bij een knooppunt van de bestandstoegangstructuur; b) serie van data-elementen

data-element

in EDIFACT: een eenheid van gegevens waarvan de identificatie, omschrijving en weergave van de waarde zijn vastgelegd

data voor een atomaire actie

beveiligde data die worden gebruikt voor de duur van een CCR-relatie om die relatie en de toestand van die relatie te onderhouden

data-abstractie

veralgemening van gegevens tot hun essentiële betekenis