den
de -woord (mannelijk), dennen, naaldboom, vooral in Nederland de grove den of pijnboom (Pinus sylvestris ) (het hout ervan heet Europees grenen)
de -woord (mannelijk), dennen, naaldboom, vooral in Nederland de grove den of pijnboom (Pinus sylvestris ) (het hout ervan heet Europees grenen)
verminderde oplosbaarheid en een verlies aan biologische activiteit van het eiwit
ontluisteren
demultiplexer:logische schakeling die één informatielijn in een aantal lijnen vertakt
onderricht aan doofstommen om zich verstaanbaar te maken door middel van liplezen en vingerbewegingen
Middel om huid, slijmvliezen enz. weker te maken.
vervorming veroorzaakt door de verandering van de demping op het niveau met de frequentie
kortademig
` dem – pen, (dempte, h. gedempt), dichtgooien met aarde e.d.: een gracht dempen ; bedwingen: een oproer dempen ; matigen, temperen: geluid dempen ; licht dempen
reostaat voor het geleidelijk ontsteken en doven van lampen