dierbaar
` dier – baar ,, ` duur – baar, bijvoeglijk naamwoord, zeer geliefd
` dier – baar ,, ` duur – baar, bijvoeglijk naamwoord, zeer geliefd
Beten of steken van besmette, giftige of allergene dieren, zoals honden, slangen, knaagdieren, spinnen, schorpioenen, sommige soorten roggen, giftige insecten, enz
het -woord, dieren,
betonwand gestort in een diepe, nauwe sleuf waarvan de wanden op hun plaats worden gehouden door een dunne thixotrope specie
diep` zin – nig, bijvoeglijk naamwoord en bijwoord, waarvan de betekenis moeilijk is te volgen; op diep denken berustend;, diep` zin – nig – heid, de -woord (vrouwelijk), diepzinnigheden
vloeibaar vet om spijzen ruim te bakken
suikermais:Zea mays convar.saccharata;Zea rugosa
Plaat met een goede dieptrekbaarheid, die voldoet aan hoge eisen van oppervlaktekwaliteit
Convex gedeelte van het dieptrekgereedschap, meestal bevestigd aan de stoter van de pers
Eigenschap van plaatmateriaal: de maximale dieptrekverhouding, d.w.z. de verhouding tussen blenkdiameter en stempeldiameter, waarbij nog juist geen insnoering of scheur optreedt