doordringen
intrekken, doortrekken, vervullen, overtuigen, infiltreren, verdiepen in, doorgraven, doorprikken, doorsteken, perforeren, spietsen, doorboren, penetreren
intrekken, doortrekken, vervullen, overtuigen, infiltreren, verdiepen in, doorgraven, doorprikken, doorsteken, perforeren, spietsen, doorboren, penetreren
benaming voor teeltaardbeirassen welke het gehele groeiseizoen door bloemen vormen en waarvan van half juli tot november geoogst kan worden
benaming voor teeltaardbeirassen welke het gehele groeiseizoen door bloemen vormen en waarvan van half juli tot november geoogst kan worden
gezegd van rozen welke na hun hoofdbloei, welke in de voorzomer valt, doorbloeien; vruchten dragend na het normale seizoen
op een groente-en fruitveiling partijen onverkocht laten passeren, waarna deze vernietigd worden; (de uitdrukking is ontleend aan de beweging van de veilingklokwijzer welke, indien bij het afmijnen er zich geen koper meldt, tot nul doordraait)
verkwister, verspiller
doordat
doorschrappen, doorstrepen
Het langsscheepse vervormen van een schip waarbij het middenschip ‘zakt’ ten opzichte van de uiteinden(en het tegengestelde van opbuigen).
Het langsscheepse vervormen van een schip waarbij het middenschip ‘zakt’ ten opzichte van de uiteinden(en het tegengestelde van opbuigen).