doorzien
doorbladeren, doorlopen, inkijken, opnemen, doorkijken, nazien, doorgronden, begrijpen, doorhebben, snappen
doorbladeren, doorlopen, inkijken, opnemen, doorkijken, nazien, doorgronden, begrijpen, doorhebben, snappen
ponskaart, waarin de documentnummers zijn aangegeven door middel van een geponst gaatje op een aangegeven positie; tremkaarten die voldoen aan de vraagomschrijving worden op elkaar gelegd en tegen het licht gehouden; de coïncidentie van een ponsgaatje geeft een document aan waaraan de vraagtermen zijn toegewezen
onder ‘ doorzichtig gedeelte van een voorruit’ verstaat men het gedeelte van dit oppervlak waarvan de doorlaatbaarheid voor licht, gemeten in rechte hoeken ten opzichte van het oppervlak, niet minder bedraagt dan 70%
perspectiefleer
` door – zet – ter, de -woord (mannelijk), doorzetters, iem. die doorzet, doorduwer
structuur van een vel papier, gezien bij doorvallend licht
` door – zet – ten, (zette door, h. doorgezet),
van een poststuk
maximale afstand tussen boog en bijbehorende koorde
Het buigend moment dat op de romp van een schip wordt uitgeoefend wanneer het midscheeps in een golfdal ligt, met golftoppen aan de scheepseinden