doven
` do – ven, (doofde,
` do – ven, (doofde,
dialoog tussen mensen die elkaar niet willen of kunnen begrijpen
duw, por, stoot, zet, achteruitzetting, berisping, straf
` dou – wen, (douwde, h. gedouwd), duwen
chronische infectieziekte bij paarden en ezels, veroorzaakt door trypanosoma equiperdum, gekenmerkt door genitaalontsteking, lymphklierzwelling en paralyse der achterpoten, overgebracht door coitus
stroom van water, gasof damp, gericht tegen een deel van het lichaam of in een holte
de patiënt wordt op de verrijdbare stoel geplaatst en vervolgens met stoel en al in het bad of onder de douche gereden
aaneengekitte kleinere stenen
een onterecht record in een bestand met eenzelfde sleutel als een record dat terecht in het bestand staat
Tekortkoming bij inktgeving: de inktlaag vertoont op bepaalde delen verschillende dikten. Deze plekken komen min of meer overeen met de vorm van het gedrukte beeld.