Wat Betekent Het?

Voor De Betekenis Van Alle Nederlandse Woorden!

dreutelen

aarzelen, draaien, dralen, talmen, teuten, treuzelen

dreutel

` dreu – tel, de -woord (mannelijk), dreutels, kleuter

dreun

de -woord (mannelijk), dreunen,

dreunen

` dreu – nen, (dreunde, h. gedreund), trillen, gepaard gaande met een dof geluid: als jij loopt, dreunt het hele huis

dreumel

broekenman, dreumes, dreutel, hummel, peuter, pruts, uk, ukkepuk, ventje

dreumes

` dreu – mes, de -woord (mannelijk), dreumesen, klein kind

dressuur

het bijbrengen van gewoonten aan dieren of mensen op een straffe mechanische wijze

dresseren

Met een diamant een schijf, eventueel opnieuw, op maat en op scherpte brengen

dressen

Met een diamant een schijf, eventueel opnieuw, op maat en op scherpte brengen