voordeur
` voor – deur, de -woord, voordeuren, straatdeur
` voor – deur, de -woord, voordeuren, straatdeur
voor` de – lig, bijvoeglijk naamwoord en bijwoord, winstgevend, nuttig;, op zijn voordeligst uitkomen, in zijn beste vorm
(deel van het)scheepsdek voor de kampanje of het bruggehuis
fopperij
vergoeding in stukken, in natura of in diensten toegevoegd aan het loon
` voor – deel, het -woord, voordelen, profijt, nut, winst; ten voordele van ; voordeel behalen ; zijn voordeel met iets doen ; voordeel trekken van ;, in het voordeel zijn, in een gunstiger positie (dan een ander)
deel van de Belgische gemeente en stad Ninove, prov. Oost-Vlaanderen
` voor – dat, voegwoord, alvorens
kostprijs berekend op grond van schattingen en/of begrotingen
calculatie vd kostprijs vooraf, waardoor dus nagegaan wordt wat het produkt zal of mag kosten