drogen
` dro – gen, (droogde,
` dro – gen, (droogde,
halfstof in ongeveer luchtdroge toestand
de tijd die aan de tweede of een volgende keer kalven vooraf gaat en waarin de koe geen melk geeft, zulks om in een betere voedingstoestand te komen
langs de wondranden wordt een stuk kleefpleister gelegd en deze worden aan elkaar gehecht; soms ook was de pleister voorzien van haakjes, waardoor de wond als een corset kon worden dichtgeregen
opslag met luchtkoeling en natuurlijke convectie i.v.m.opslag van gebruikte splijtstof
bij montagebouw worden bouwelementen, die doorgaans voor het desbetreffende werk van te voren elders worden gereedgemaakt, zonder enige verdere bewerking of pasmaken aan elkaar verbonden, hetgeen meestal met specia gebeurt; wordt bij de onderlinge verbinding van de elementen geen specie of mortel gebruikt, dan spreken we van droge montagebouw
hoest waarbij geen expectoratie plaats heeft
verdamping van vaste stoffen zonder toevoeging van vloeistoffen
terrein met een vegetatie die grotendeels bestaat of uit Struikheide/Calluna vulgaris (of uit Gewone Dopheide/Erica tetralix) of uit Kraaiheide/Empetrum nigrum (en Verfbrem/Genista tinctoria) of uit een combinatie van twee of drie van deze soorten, eventueel afgewisseld met gras-of korstmosvelden
Binnendijk.Dient om het water tegen te houden in geval de eerste of wakerdijk zou bezwijken(1).