duo
` duo, («Italiaans«Latijn), I, het -woord, duo`s,
` duo, («Italiaans«Latijn), I, het -woord, duo`s,
` dun – ne – tjes, bijwoord, in een dunne laag; figuurlijk gering, matig; zie ook bij overdoen
Met een duntrekring en duntrekstempel omvormen van een cilindrisch lichaam onder vermindering van de wanddikte
touw dat langs het netwerk van de onderzijde vastgezet wordt, en dan later op de dikke, zware onderpees wordt bevestigd
bestaande uit duodenum, jejunum en ileum
dunnen waarbij de rijen kruipend of bukkend met de korte hak doorgeslagen worden en tevens opeengezet worden
toeschijnen, lijken, menen, schijnen
schakeling, verkregen door afzetting (via vacuumverdamping, kathodeverstuiving of chemische behandeling) van een dunne film metaal of diëlektrisch materiaal op platen glas of keramisch m ateriaal
schatting, waardering
plaat met een dikte van 5 mm of minder, staaf met een diameter van 30 mm of minder