echtelingen
echtelieden, echtgenoten, echtpaar
echtelieden, echtgenoten, echtpaar
` ech – ter, voegwoord, evenwel, niettemin
woning waarvan voor de vervreemding, bezwaring, ingebruikgeving e. d. de toestemming van beide echtgenoten is vereist
` ech – te – lijk, bijvoeglijk naamwoord en bijwoord, van het huwelijk
echtelingen, echtgenoten, echtpaar
een complex, praktisch probleem waarvan de oplossing te gebruiken moet zijn op een kosteneffectieve manier
geslacht(en)uit de familie der Echte walvissen/Balaenidae van de orde der Walvisachtigen/Cetacea van de klasse der Zoogdieren/Mammalia
familie uit de onderorde der baardwalvissen van de orde der walvisachtigen van de klasse der zoogdieren
geslacht uit de familie der Kalongachtigen = Vleerhonden/Pteropodidae van de orde der Vleermuizen/Chiroptera van de klasse der Zoogdieren/Mammalia
afscheidingsprodukt van bepaalde zout-of zoetwaterweekdieren, waaronder pareloester en parelmossel