voornemen
doel, toeleg, besluit, but, plan
doel, toeleg, besluit, but, plan
een lid waarvan de produktie van olijfolie en van tafelolijven, omgerekend in olijfolie-equivalent door toepassing van een omrekeningscoëfficiënt van 20 %, gedurende de verkoopseizoenen voor olijfolie en voor tafelolijven 1980/1981 tot en met 1983/1984 groter is geweest dan zijn invoer gedurende de kalenderjaren 1981 tot en met 1984
elk lid waarvan de produktie van olijfolie en van tafelolijven, omgerekend in olijfolie-equivalent door toepassing van een omrekeningscoëfficiënt van 20 %, gedurende de verkoopseizoenen voor olijfolie en voor tafelolijven 1980/1981 tot en met 1983/1984 kleiner is geweest dan zijn invoer tijdens de kalenderjaren 1981 tot en met 1984 of waarvan gedurende dezelfde verkoopseizoenen geen van … Lees verder
voor` na – me – lijk, bijwoord, hoofdzakelijk, vooral, met name
` voor – naam – woord, het -woord, voornaamwoorden taalkunde, woord dat een zelfstandigheid aanduidt of een zelfstandig naamwoord vervangt
tak van de arteria radialis voor de duim
illuster, notabel, aanzienlijk, belangrijk, chic, deftig, doorluchtig, edel, gedistingeerd, gewichtig, treffelijk, verheven, vooraanstaand, doopnaam
ochtend
Een leider, een ploegbaas.
voor` ma – lig, bijvoeglijk naamwoord, vroeger geweest zijnde: een voormalig predikant ; de voormalige bewoners