eenzijdig gekleurd papier
papier dat aan een der oppervlakken is gekleurd
papier dat aan een der oppervlakken is gekleurd
een` zij – dig, bijvoeglijk naamwoord en bijwoord,
legitimatiebewijs, persoonsbewijs
Op je zelf leven in je eentje leven (zonder iemand).
` een – zaam, bijvoeglijk naamwoord en bijwoord, alleen; stil, weinig bezocht;, ` een – zaam – heid, de -woord (vrouwelijk)
` een – zaat, de -woord (mannelijk), eenzaten Zuid-Nederlands, eenzaam levend mens, zonderling, eenling, individualist, vooral kluizenaar
klasse uit de afdeling der bedektzadigen van de hoofdafdeling der bloeiplanten(=hoofdafdeling der zaadplanten)
domweg, gewoonweg, eenvoudig, ronduit, zomaar
type bediening van afgewisselde tweeweginteractie waarbij de zend-en ontvangrichting niet gewisseld kunnen worden
overeenkomst waarbij de ene partij aan de andere een zekere hoeveelheid verbruikbare zaken afgeeft, onder voorwaarde dat de laatstgemelde haar even zoveel van gelijke soort en hoedanigheid teruggeeft