ellips
el` lips, («Frans«Grieks), de -woord, ellipsen,
el` lips, («Frans«Grieks), de -woord, ellipsen,
soort uit de familie der fazantvogels van de klasse der vogels
el` len – de – ling, de -woord (mannelijk), ellendelingen, slecht of onaangenaam mens
klote, lamzalig, onzalig, afschuwelijk, akelig, armzalig, bedroevend, beroerd, erbarmelijk, hopeloos, jammerlijk, malheureus, miserabel, ongelukkig, rampzalig, treurig, verlaten
el` len – de, de -woord, ellenden, rampspoed;, in elkaar storten van ellende, uit zichzelf kapotgaan door slechte constructie;, wat een ellende!, doffe ellende!, uitroep bij het ervaren van (veel) narigheid
eenieder, elk, ieder, iedereen
` el – le – boog, de -woord (mannelijk), ellebogen,
el` kaar ,, el` kan – der, wederkerig voornaamwoord, de één naar, tot, voor, tegen enz. de ander: elkaar groeten ; naar elkaar schreeuwen ;, door elkaar, a) zonder orde; b) gemiddeld;, in elkaar slaan, ernstig mishandelen door te slaan;, in elkaar zetten, samenstellen;, voor elkaar brengen, in orde brengen, klaarspelen;, ze niet allemaal bij … Lees verder
bijvoeglijk naamwoord en onbepaald voornaamwoord, ieder
veel gebruikte schriftsoort met 12 tekens per inch, een positie voor een letterteken is dus 2.12 mm breed