voorste teruglopende scheenbeenslagader
tak van de arteria tibialis anterior voor de musculus tibialis anterior en tibiofibulair gewricht
tak van de arteria tibialis anterior voor de musculus tibialis anterior en tibiofibulair gewricht
een eindtak van de arteria poplitea; gaat van de m. popliteus door de membrana interossea naar de strekzijde van het onderbeen en omlaag naar de voetrug, voor de spieren van de scheen
takken der arteria vertebralis, aan de voorzijde van het ruggemerg
troebeling der lens aan de voorste pool, meestal aangeboren
ruimte begrensd door hoornvlies, regenboogvlies en lens
takken van de arteria maxillaris interna
` voor – ste, I, bijvoeglijk naamwoord, het meest vooraan; zie bij haan ;, II, het -woord, Zuid-Nederlands voorpand, frontje (van kleren);, in het voorste, midden voor, aan de voorkant
prostaat
` voor – stan – der, de -woord (mannelijk), voorstanders ,, ` voor – stand – ster, de -woord (vrouwelijk), voorstandsters, iem. die vóór iets is, die voor iets ijvert; ijveraar(ster) voor
` voor – staan, (stond voor, h. voorgestaan),