fallisch
Met betrekking tot het mannelijk lid.
Met betrekking tot het mannelijk lid.
duvel, kop, sodemieter, kapmantel
aanpassingsvermogen: kracht om, binnen zekere grenzen, bij verandering van de omgeving in stand te blijven
staat die niet bij machte is zijn grondgebied te controleren noch de veiligheid van zijn burgers, die de interne rechtsorde niet langer kan handhaven en zijn bevolking geen openbare diensten meer kan leveren
` fa – len, («Oud-Frans«Latijn) (faalde, h. gefaald),
plaats in Frankrijk, dep. Calvados
crapuul, gespuis, schorremorrie
` fak – kel, («Latijn), de -woord, fakkels,
gebeurde, feit, voorval
kopie, vervalsing, nagemaakt, nep, vals, trucfilm