Wat Betekent Het?

Voor De Betekenis Van Alle Nederlandse Woorden!

familiale ziekte

familiair, familiaal: in de geneeskunde gezegd van verschijnselen en aandoeningen die in een groep van bloedverwanten voorkomen, zonder duidelijke erfelijkheid

familiale metafysaire dysplasie

in sommige families frequenter dan elders voorkomende, abnormale ontwikkeling van de metafyse, i.e.het pijpbeen tussen diafyse (middenstuk) en epifyse (eindstuk),de metafyse bevat de groeizone

familiaire ziekte

familiair, familiaal: in de geneeskunde gezegd van verschijnselen en aandoeningen die in een groep van bloedverwanten voorkomen, zonder duidelijke erfelijkheid

familiale incidentie

familiaal, familiair:(med.)gezegd van verschijnselen en aandoeningen die in een groep van bloedverwanten voorkomen, zonder duidelijke erfelijkheid. Incidentie: frequentie waarmee een bepaalde ziekte zich voordoet

familiaire incidentie

familiaal, familiair:(med.)gezegd van verschijnselen en aandoeningen die in een groep van bloedverwanten voorkomen, zonder duidelijke erfelijkheid. Incidentie: frequentie waarmee een bepaalde ziekte zich voordoet

familiair

amicaal, familiaar, onvormelijk, gemeenzaam, ongedwongen, vertrouwelijk

familiaal

gezellig, huiselijk, privé, stationcar

falzmachine

machine voor het rekken van de vellen ter opening van de porien en ter wegneming van vouwen of andere fouten aan het oppervlak

fameus

hooggeroemd, veelbesproken, befaamd, beroemd, berucht, roemrijk, bijzonder, fantastisch, geweldig, uitstekend, aanzienlijk, behoorlijk, belangrijk