familiale ziekte
familiair, familiaal: in de geneeskunde gezegd van verschijnselen en aandoeningen die in een groep van bloedverwanten voorkomen, zonder duidelijke erfelijkheid
familiair, familiaal: in de geneeskunde gezegd van verschijnselen en aandoeningen die in een groep van bloedverwanten voorkomen, zonder duidelijke erfelijkheid
in sommige families frequenter dan elders voorkomende, abnormale ontwikkeling van de metafyse, i.e.het pijpbeen tussen diafyse (middenstuk) en epifyse (eindstuk),de metafyse bevat de groeizone
familiair, familiaal: in de geneeskunde gezegd van verschijnselen en aandoeningen die in een groep van bloedverwanten voorkomen, zonder duidelijke erfelijkheid
familiaal, familiair:(med.)gezegd van verschijnselen en aandoeningen die in een groep van bloedverwanten voorkomen, zonder duidelijke erfelijkheid. Incidentie: frequentie waarmee een bepaalde ziekte zich voordoet
familiaal, familiair:(med.)gezegd van verschijnselen en aandoeningen die in een groep van bloedverwanten voorkomen, zonder duidelijke erfelijkheid. Incidentie: frequentie waarmee een bepaalde ziekte zich voordoet
amicaal, familiaar, onvormelijk, gemeenzaam, ongedwongen, vertrouwelijk
immuniteit, welke kenmerkend is voor bepaalde families
gezellig, huiselijk, privé, stationcar
machine voor het rekken van de vellen ter opening van de porien en ter wegneming van vouwen of andere fouten aan het oppervlak
hooggeroemd, veelbesproken, befaamd, beroemd, berucht, roemrijk, bijzonder, fantastisch, geweldig, uitstekend, aanzienlijk, behoorlijk, belangrijk