fatalisme
noodlotsleer
noodlotsleer
fa` taal, («Frans«Latijn), bijvoeglijk naamwoord en bijwoord, noodlottig, verderfelijk, heilloos; dodelijk;, de fatale termijn, de uiterste termijn, termijn binnen welke een vordering moet zijn ingesteld om niet te vervallen
32-bits versie van FAT.
luchtspiegeling, luchtkasteel
chiqueling, dandy, modepop, saletjonker, modegek, pronker
goederen voor voortzetting, uitbreiding of verbetering van de produktie waarvoor langlopende investeringen vereist worden
Snelbussen welke zonder tussenhaltes rijden tussen de woonen werkgebieden. (Verkeerstechniek, 5/71, p. 259)
terugbrengen van een magneetband naar zijn beginpositie of naarhet begin van een blok
snel, clever, slim, snugger
‘snel en gewoon’