fietsen
` fiet – sen, (fietste, h. en is gefietst),
` fiet – sen, (fietste, h. en is gefietst),
geluid veroorzaakt door een corpus alienum in de luchtwegen
de -woord, fietsen, tweewielig voertuig dat door middel van een trapbeweging voortbewogen wordt;, wat heb ik nou aan m`n fiets hangen?, wat gebeurt er nu voor raars?
facie, konterfeitsel, mombakkes, postzegel, smoel, smoelwerk, gezicht, tronie
trots
gemeen, hufterig, schofterig, schurkachtig
hufter, ploert, schoft, schurk, vlerk
schoftenstreek, schurkenstreek
vioolspelen
het punt gevormd door het snijpunt van de door het beeldveld lopende verbindingslijnen der randmerken