vormen
` vor – men, (vormde, h. gevormd),
` vor – men, (vormde, h. gevormd),
amorf, ongevormd, lomp, plomp, vormloos, plompweg, ongegeneerd
plechtstatig, plechtig, stijf, ceremonieus, formeel, voorgeschreven, officieel
koperdraden waaruit de bodem der papiervormen bestaat
beeldverwerkingoperatie die, op basis van schaduwvlakken in een beeld, de oriëntatie van de vlakken probeert te bepalen
de driedimensionale structuur van een oppervlak wordt bepaald op basis van zijn fijnstructuur of fijnstructuurtexture
vormklei
modaliteit:beding bij een overeenkomst of een andere handeling
(«Latijn), de -woord (mannelijk), vormen,
Raamtracering van vensters met een boog in de top. De stijlen van het venster splitsen zich boven de aanzetten van de boog in armen die worden dooreengevlochten. De eenvoudigste vorktracering is die van een stijl gesplitst in twee armen.