Wat Betekent Het?

Voor De Betekenis Van Alle Nederlandse Woorden!

huurder

` huur – der, de -woord (mannelijk), huurders, iem. die huurt

huurhuis

` huur – huis, het -woord, huurhuizen, huis dat niet het eigendom is van de bewoners, maar dat wordt gehuurd

huurlijn

een vaste, gehuurde lijnverbinding voor exclusief gebruik door twee of meer eindstations, b.v.tussen een terminal en zijn besturingseenheid. Kiezen van de lijnverbinding is dus niet nodig

huurkoop

huurovereenkomst waarbij de huurder aan het einde van de huurtermijn op vooraf vastgestelde bepalingen de huur kan voortzetten of het gehuurde tegen een in het algemeen verlaagde prijs in eigendom kan verkrijgen

huurprijs

Vast bedrag dat periodiek betaald moet worden aan de PTT voor het in bezit hebben en gebruik van de telefoon enz

huurwaardeforfait

Bedrag dat het eigen huis aan huur waard is en dat voor de belasting bij het inkomen moet worden opgeteld.

Huurprijzenwet woonruimte

Houdende regelen m.b.t.de prijzen bij huur en verhuur van woonruimte(zelfstandige woning of gedeelte van gebouwd onroerend goed)

Huurwet 1950

Wet houdende regelen nopens de huurprijzen van onroerend goed en de bescherming van huurders.

huwelijk bij volmacht

waarbij de vrouw het huwelijk sluit met de gemachtigde van de afwezige bruidegom