hufterig
guur, koud
guur, koud
klootzak, ploert, schoft
wei
onoprecht, geveinsd, gluiperig, hypocriet, schijnheilig
farizeeër, jezuïet, komediant, veinzaard, veinzer, hypocriet, schijnheilige
` hui – che – len, (huichelde, h. gehuicheld), veinzen, zich aanstellen, voorwenden
geveinsdheid, hypocrisie, schijnheiligheid, komedie, veinzerij
de -woord, huiden,
de opname van zuurstof en afgifte door middel van zweet van afvalstoffen
met betrekking tot de huid