hoop
de -woord (mannelijk), hopen,
de -woord (mannelijk), hopen,
elektrische toestel, bestaande uit een of meer onderling verbonden microfoons, een luidspreker en een batterij
heus!, zeg!
` hoor – baar, bijvoeglijk naamwoord en bijwoord, te horen
College waarbij overwegend de mededelende onderwijsvorm wordt gebruikt
voor het menselijk gehoor waarneembare frequentie,15 a 20 duizend trillingen per sec.(hertz)
toehoorder
Vespa crabro, een soort grote wesp.
het -woord, de stof waaruit de hoeven en horens van herkauwende dieren gevormd zijn, 2, hoorn, hoorns ,, ` ho – ren, de -woord (mannelijk), horens,
gemonteerd op steunisolatoren