vrijloopvlak
Beitelvlak, met de snijkant als begrenzing, waarlangs het gesneden vlak beweegt
Beitelvlak, met de snijkant als begrenzing, waarlangs het gesneden vlak beweegt
Weg bestemd voor (brom) fietsers. Men onderscheidt: a) het vrijliggend fietspad dat hetzij parallel loopt met de hoofdrijbaan en daarvan door een tussenberm wordt gescheiden, hetzij een geheel eigen tracé volgt (soms zelfstandig fietspad genoemd); b) het aanliggend fietspad dat door een zeer smalle voorziening is gescheiden van de hoofdrijbaan dan wel geheel verhoogd langs … Lees verder
` vrij – la – ten, (liet vrij, h. vrijgelaten),
vrijwilligerskorps
loskopen, uitkopen, terugkopen
vrijkomen van koolstof dat vastgelegd is in bossen, wanneer deze gekapt of afgebrand worden
vrijheidsgeest
de zich aan het ontschrankingsapparaat bevindende onafhankelijke instelmogelijkheden voor het wijzigen van de helling van fotovlak, objectiefvlak en projectievlak
vrijheidsgraad:onafhankelijk gegeven
in een wiskundig model:de hoeveelheid grootheden waarvan de waarden de toestand van een systeem volledig definiëren