historicus
his` to – ri – cus, de -woord (mannelijk), historici, geschiedkundige, geschiedschrijver; student in de geschiedenis
his` to – ri – cus, de -woord (mannelijk), historici, geschiedkundige, geschiedschrijver; student in de geschiedenis
geschiedenis, overzicht
his` to – rie, («Latijn), de -woord (vrouwelijk), histories, historiën, geschiedenis
geschiedschrijver
geschiedschrijver
his` to – risch, («Latijn), bijvoeglijk naamwoord en bijwoord,
geschiedschrijving
cohort
alle tenminste 50 jaar geleden vervaardigde zaken, welke van algemeen belang zijn wegens hun schoonheid, hun betekenis voor de wetenschap of hun cultuurhistorische waarde (art.1 Monumentenwet)
cohort: bepaald type groep, in de sociologie