vunzig
` vun – zig, bijvoeglijk naamwoord en bijwoord, vuns;, ` vun – zig – heid, de -woord (vrouwelijk)
` vun – zig, bijvoeglijk naamwoord en bijwoord, vuns;, ` vun – zig – heid, de -woord (vrouwelijk)
ordinair, smerig, vunzig, schunnig, vulgair, duf, muf
Ontsteking van de schaamspleet en de schede.
Met betrekking tot de schaamspleet.
de uitwendige vrouwelijke genitaalopening
codeteken, waaraan geen betekenis wordt toegekend, doch dat gebruikt wordt als opvulling van een regel, waarin de informatie korter is dan het hiervoor bestemde gegevensveld
stof die men aan een produkt toevoegt om er bepaalde eigenschappen aan te verlenen
getand pincet
getand pincet
Het werkstuk stuiken tot de binnendiameter van de blokhouder als voorbehandeling voor de eigenlijke extrusie