handelen
` han – de – len, (handelde, h. gehandeld),
` han – de – len, (handelde, h. gehandeld),
nalaten (hier:) niet handelen, in strijd met een (wettelijke) plicht
het officiële woordelijke verslag van alles wat tijdens debatten van de Tweede Kamer en in bepaalde commissievergaderingen in de Eerste en Tweede Kamer in het openbaar is gezegd
` han – de – ling, de -woord (vrouwelijk), handelingen, wijze van doen; daad; verrichting: handelingen van de Tweede Kamer, van een congres ;, de Handelingen der Apostelen, bijbelboek van het Nieuwe Testament, waarin de vroegste geschiedenis van de Kerk verhaald wordt
de algemene bevoegdheid tot het zelfstandig verrichten van rechtshandelingen
zelfstandig ondernemer die optreedt als bemiddelaar tussen verkoper of exporteur en afnemer
de kwaliteit van degene die volgens de wetgeving het algemene vermogen mist om rechtshandelingen te stellen; i.h.a. bedoeld ter juridische bescherming van de persoon tegen zichzelf (bv. minderjarigen, curandi)
totale waarde van de exporten van goederen en diensten minus die van de importen van goederen en diensten
koopmansbrief
handelsrelatie