hakhout
bedrijfsvorm, waarbij men de bomen voor zij hun volle hoogteontwikkeling hebben bereikt, laag bij de grond afzet om de zich uit de stronk ontwikkelde opslag periodiek te oogsten
bedrijfsvorm, waarbij men de bomen voor zij hun volle hoogteontwikkeling hebben bereikt, laag bij de grond afzet om de zich uit de stronk ontwikkelde opslag periodiek te oogsten
swastika
stotteren, brabbelen, haperen, knoeien, stamelen
` hak – ken, (hakte, h. gehakt), met de bijl of de 3 hak bewerken; figuurlijk :, hakken op, afgeven op, vitten op, hatelijk zijn tegen;, dat hakt erin, dat is een grote uitgave; zie ook bij, pan en spaander
stotterend
kibbelen
damespaard, telganger
hakvruchten: gewassen welke aanvankelijk zeer gevoelig voor onkruid en verdichting van de bovengrond zijn en waarvoor dan geregeld schoffelen en hakken vereist is, o.a.aardappelen, bieten, koolraap, uien en (enigszins) mais
opspoelen van draadeinde
voorzaal, hall, portaal, vestibule, zaal