waaien
` waai – en, (waaide of woei, h. en is gewaaid),
` waai – en, (waaide of woei, h. en is gewaaid),
waag, gok, onderneming, risico
Kruier bij de waag.
roekeloosheid
Iemand die vrachten naar binnen en buiten draagt bij een waag(gebouw).
gok, waagstuk
Vogel met waadpoten uit de onderorde Charadrii.
winst gedeeld door het aantal gewone aandelen;de wijze van berekening kan van land tot land verschillen
wachten
wacht eens even