Wat Betekent Het?

Voor De Betekenis Van Alle Nederlandse Woorden!

haager

Persoon die nog niet gebakken bakstenen op rijen (hagen) zet om te drogen.

Haagse Regels

bepaling van de rechten en plichten van de reders en verschepers vastgesteld tijdens de Conferentie van Den Haag in 1921 en 1924

haak

de -woord (mannelijk), haken,

haai

(«Scandinavisch), de -woord (mannelijk), haaien, roofvis;, er zijn haaien op de kust, er dreigt gevaar;, naar de haaien gaan, verloren gaan, te gronde gaan;, voor de haaien zijn, verloren zijn, niet meer te redden zijn

haak van Ramsbotham

obstetrisch instrument, waarmee de halswervels van het kind worden gebroken en het hoofd van de romp kan worden gescheurd

haakje van Baginsky

fijn stomp haakje ter verwijdering van corpora aliena uit de uitwendige gehoorgang

haakaanslag

Draaibare, vaak verend gelagerde haakvormige aanslag ter begrenzing van de opschuiflengte in snijgereedschappen

haakjes

` haak – jes, meervoudig zelfstandig naamwoord, leesteken; zie bij haak (bet 3)

haaknaald

naar het uiteinde dun toelopende, in een haakje eindigende naald, voor het maken van haakwerk