gunst
I, de -woord (vrouwelijk),
I, de -woord (vrouwelijk),
favorabel, goed, goedgezind, rooskleurig, bevorderlijk, gelegen, opportuun, positief, riant, veelbelovend, voordelig, aangenaam, schoon
koopje
gezien vanuit de onderzeeër: ijs met plaatselijke dunne lamellen, waardoor aan de oppervlakte komen mogelijk is
Levendbarend tandkarpertje, aquariumvisje uit Zuid Amerika.
spotprijs
augurk
met betrekking tot de smaakzin
grindzand
beitel die in dwarsdoorsnede een gebogen vorm heeft;beitel met holle bek