gul
bijvoeglijk naamwoord en bijwoord,
bijvoeglijk naamwoord en bijwoord,
Een proportieleer waarbij zijden zich verhouden als 1:1.4, deze verhouding word als zeer harmonsich gezien.
` gul – den, de -woord (mannelijk), guldens,
eeuwjaar, jubeljaar
openhartig
met koorts gepaard gaande zeeziekte in de golfstroom van de Caraïbische Zee
groep van bytes, overeenkomend met een woord of opdracht
` gul – heid, de -woord (vrouwelijk), het 1 gul zijn
` gul – pen, (gulpte, h. en is gegulpt), in een brede straal uitstromen
` gul – zig, bijvoeglijk naamwoord en bijwoord, zeer begerig naar voedsel, vraatzuchtig, onmatig in het eten;, ` gul – zig – heid, de -woord (vrouwelijk)