Wat Betekent Het?

Voor De Betekenis Van Alle Nederlandse Woorden!

grootspreker

blaaskaak, Gascogner, bluffer, opschepper, pocher, snoever, windbuil

grootspreken

bluffen, brallen, opscheppen, pochen, snoeven

grootsprekerij

opschepperij, ostentatie, pocherij, bluf, gebral, snoeverij

grootste werkdiepte

Vrije ruimte bij een verticale lintzaagmachine tussen snijdende zijde van zaagblad en machineframe