Wat Betekent Het?

Voor De Betekenis Van Alle Nederlandse Woorden!

groezig

dof, vaal, vuilgrijs

groezelig

` groe – ze – lig, bijvoeglijk naamwoord en bijwoord, onfris, goor;, ` groe – ze – lig – heid, de -woord (vrouwelijk)

grof

frank, gemeen, lomp, onbehouwen, onbeleefd, onbeschaafd, onbeschoft, onfatsoenlijk, rauw, ruig, ruw, vrank, vulgair, plomp, zwaar, zwaargebouwd, ongekuist, ongedifferentieerd, ruwweg

grof doek

grof, zeer stevig weefsel van hennepgaren..

grof afval

afvalstoffen van groter formaat

grof gemalen graanmeel

door malen verkregen poedervormige massa van zetmeelhoudende plantaardige organen

grof haar

haar van gewone geiten, van paarden, runderen, honden, otters en apen

grof vrij wild

niet-gedomesticeerde zoogdieren van de familie der hoefdieren