groente
` groen – te, de -woord (vrouwelijk), groenten, groentes, gewas voor menselijk voedsel dienend
` groen – te, de -woord (vrouwelijk), groenten, groentes, gewas voor menselijk voedsel dienend
` groen – te – man, de -woord (mannelijk), groentemannen, groenteboer
kruidachtig gewas voorzover dit of de vruchten ervan bestemd zijn om te worden geoogst, voordat de plant is afgestorven, voor consumptie
het al dan niet bij een cooperatieve veilingvereniging openbaar bij afslag verkopen van groente, fruit, aardappels, en sierteeltprodukten (snijbloemen, planten) door telers (coöperatieleden) aan de groothandel
Alle bedrijven die tuinen en parken aanleggen en verzorgen.
` groen – tje, het -woord, groentjes, nieuweling
zone in een plan van ruimtelijke ordening waar geen bebouwing mag plaatsvinden omdat daar beplanting voorgeschreven is
Het aanbrengen of voorzien van groen in een stad, een gebied, een wijk enz. Het geheel v.d. bestaande aanplanting.
(«Frans), de -woord, groepen,
verzameling van opeenvolgende historisch gerelateerde bestanden, die in chronologische volgorde worden bewaard