grif
bijwoord en bijvoeglijk naamwoord, vlug, vlot: die partij, dat artikel ging grif van de hand ;, iets grif toegeven, ronduit
bijwoord en bijvoeglijk naamwoord, vlug, vlot: die partij, dat artikel ging grif van de hand ;, iets grif toegeven, ronduit
inkrassen, enten
afgesneden takjes welke voor enting bedoeld zijn
inkrassen, graveren, snijden
griffeldoos
de hoogste ambtenaar bij de Eerste Kamer of de Tweede Kamer met een belangrijke adviserende taak
beekje, wetering
Mythologisch schepsel samengesteld uit verschillende dieren.
vlotweg, zomaar
kniezerig, verdrietig, zeurig