grasstam
(grasveredeling) de nakomelingschap van één plant, na zelfbestuiving, na kruisbestuiving of na vegetatieve vermenigvuldiging
(grasveredeling) de nakomelingschap van één plant, na zelfbestuiving, na kruisbestuiving of na vegetatieve vermenigvuldiging
heersen, woeden
boomloos terrein in continentaal klimaat in gematigde luchtstreken, waar de vegetatie door min of meer xerophiele grassen wordt gevormd; `grassteppe`i.t.t. zoutsteppe en zandsteppe; geo grafische namen: poesta (Hongarije),prairie (N. Am.),pampa (Z. Am.)
verschillende grassoorten
bep.voederziekte bij runderen
` gras – veld, het -woord, grasvelden, veld begroeid met gras, gazon
kutwijf, rotwijf, teef, trut
het jaarlijks in twee gedeelten-n.l.voor het hooigras(topgrasverkoping)en voor het nagras-verpachten van een graslandperceel.(Verbetering van grasland blijft daarbij achterwege)
sonde met een uit te breiden haarscherm voor het uithalen van graten uit keel en slokdarm
geschenk in geld boven het salaris