glazenwasser
` gla – zen – was – ser, de -woord (mannelijk), glazenwassers,
` gla – zen – was – ser, de -woord (mannelijk), glazenwassers,
` gla – zig, bijvoeglijk naamwoord, glasachtig; (van aardappels) doorschijnend en niet kruimig; (van ogen) wezenloos, zonder uitdrukking;, ` gla – zig – heid, de -woord (vrouwelijk)
verglazen
gla` zuur, («Duits), het -woord, glazuren,
bepaalde niet-parasitaire ziekte bij appel
glas met een lager smeltpunt en een hoger soortelijk gewicht dan de meeste gewone glassoorten; wordt gebruikt voor het kleuren of ondoorzichtig maken van ander glas, voor het met de blaa slamp verwerken tot fancy-artikelen, voor het glazuren van keramische artikelen
pottenbakkersaarde
glazuurglas in blokken of in andere dergelijke min of meer regelmatige vormen
onzuivere streep in een diamant
glazuren