gezind
gehumeurd, geluimd, gestemd, geneigd
gehumeurd, geluimd, gestemd, geneigd
ge` zind – te, de -woord (vrouwelijk), gezindten, gezindtes, kerkgenootschap
industriële arbeid in huis
droge afvalstoffen van de huishouding
Heeft een assisterende taak in zowel huishoudelijke als verzorgende activiteiten in (gezins) situatie, waar de bejaarde, die zelfstandig een huishouding voert dit niet alleen aankan.
wettelijke uitkering ter tegemoetkoming in de kosten van de opvoeding van kinderen
elke persoon of elke groep van personen die samenwonen
geboorteregeling
gezinsverzorgster
Benamingen voor bij banken door particulieren aangehouden rekeningen van dezelfde aard als postgirorekeningen