Wat Betekent Het?

Voor De Betekenis Van Alle Nederlandse Woorden!

gezeglijkheid

ge` zeg – lijk – heid, de -woord (vrouwelijk), gehoorzaamheid

gezeglijk

gedwee, gehoorzaam, handelbaar, meegaand, volgzaam

gezeik

ge` zeik, het -woord, plat gezeur, gezanik

gezellig

behagelijk, knusjes, welbehaaglijk, behaaglijk, huiselijk, intiem, kneuterig, knus, geanimeerd, plezant, plezierig, aangenaam, gemoedelijk, genoeglijk, prettig, onderhoudend, sociabel, fideel, gemakkelijk, hartelijk, spraakzaam

gezel

maat, makker, metgezel, fellow, compagnon, knecht

gezelligheid

ge` zel – lig – heid, de -woord (vrouwelijk), de genoeglijkheid die wordt ervaren in een kleine, vertrouwde sociale groep als in de huiselijke kring of onder goede vrienden

gezelschap

ge` zel – schap, het -woord, gezelschappen, aantal bij elkaar vertoevende personen, kring: in goed, kwaad gezelschap