gewaarworden
ervaren, bemerken, bespeuren, gevoelen, merken, onderscheiden, ondervinden, ontdekken, ontwaren, voelen, waarnemen
ervaren, bemerken, bespeuren, gevoelen, merken, onderscheiden, ondervinden, ontdekken, ontwaren, voelen, waarnemen
vordering waar een borg achter staat
ge` wag, het -woord, melding: gewag maken van
ge` waar – wor – ding, de -woord (vrouwelijk), gewaarwordingen, geestelijke of lichamelijke indruk
Kapitein gewaldige is provoost van een miliatire gevangenis.
papier versterkt met draden of weefsel
Beton dat met ijzeren staven of matten inwendig is versterkt
ge` was, het -woord, gewassen,
de opeenvolgende cultivatie van verschillende gewassen in een specifieke volgorde op hetzelfde veld
procedure waarbij de lucht in fruitbewaarcellen wordt gezuiverd van overtollig koolzuurgas