zwaaien(het)
De draaibeweging van een ten anker liggend schip ten gevolge van wind en stroom.
De draaibeweging van een ten anker liggend schip ten gevolge van wind en stroom.
` zwaai – en, (zwaaide, h. en is gezwaaid), heen en weer bewegen, wuiven;, het zal er zwaaien of daar zal wat zwaaien, er zullen zware straffen of strenge berispingen vallen
draaideur, klapdeur
schommeling, slinger, zwenking, zwieper, zwenk, zwier, zwaaihaak
soort uit de familie der Annonaceae van de klasse der tweezaadlobbigen van het plantenrijk
type areometer ter bepaling van de dichtheid van accuzuur
papier dat door voorzorgen tijdens de produktie geen vrij zuur of zuur reagerende stoffen bevat, waardoor de pH 7 of hoger is
abnormale toestand van het organisme door ophoping van zuren of verlies van alkaliën, hetgeen een normale nier tracht te compenseren door uitscheiding van zware urine en een normale long door verhoogde ventilatie, waardoor in het laatste geval CO2 in verhoogde mate wordt uitgescheiden en het gehalte aan NaHCO3 van het bloed afneemt
bacteriën, welke door anilinekleurstoffen gekleurd blijven, ook na uitwassen met anorganische zuren
stoffen die de pH van een diervoeder regelen