gestadigheid
bestendiging, bestendigheid, duur, voortduring, voortzetting
bestendiging, bestendigheid, duur, voortduring, voortzetting
gestaag, onafgebroken, aanhoudend, aldoor, bestendig, gedurig, onophoudelijk, voortdurend, ijverig
ge` stal – te, de -woord (vrouwelijk), gestalten, gestaltes, gedaante, uiterlijke vorm
hormoon dat een zwangerschapsbehoudende werking heeft
stroming in de psychologie die menselijke gedragingen niet in afzonderlijke elementen splitst vanwege het unieke karakter van de eenheid in de menselijke waarneming en beleving
de innerlijke individuele samenhang tussen percipierende en vormgevende functies
standaardiseren: brengen tot een eenheid in afmeting, vorm
antigeen:stof die in een organisme een antistof(tegengif)kan doen ontstaan
muur van niet gemetselde stenen die de wijngaard omsluiten
het vetgehalte bedraagt ten minste 3,5 %