wandelen
` wan – de – len, (wandelde, h. en is gewandeld),
` wan – de – len, (wandelde, h. en is gewandeld),
voetganger
gedrag
Bekistingselement waartussen beton wordt gestort bij het maken van wanden.
Radiaalboormachine met een vast aan de wand bevestigde arm, die niet in hoogte verstelbaar is
pech, tegenslag
slechte betaler, niet-betaler
Surinaamse boomsoort en timmerhout.
Wide Area Network, computer verbinding met de buitenwereld .
wambuis