genezen
ge` ne – zen, (genas,
ge` ne – zen, (genas,
jenever
ge – ni` aal, («Frans), bijvoeglijk naamwoord en bijwoord,
ge` ne – zing, de -woord (vrouwelijk), genezingen, het genezen
genialiteit
geniepigerd, gluiperd, stiekemerd
achterbaks, geniepig, gluiperig, heimelijk, stiekem, vals
genieperd, gluiperd, stiekemerd
geneugte, genot
ge` nie – ten, (genoot, h. genoten),