gemeenschappelijk
ge – meen` schap – pe – lijk, bijvoeglijk naamwoord en bijwoord, in gemeenschap, gezamenlijk
ge – meen` schap – pe – lijk, bijvoeglijk naamwoord en bijwoord, in gemeenschap, gezamenlijk
instelling voor collectieve belegging in effecten
in dit geval:de minerale hulpbronnen in de oceaanbodem die als gemeenschappelijk bezit worden beschouwd
direct toegankelijke geheugeneenheid die door meer CPU`s tegelijk kan worden gebruikt
gezamenlijke financiering van een geïntegreerd programma voor regulerende voorraden die een bepaald produkt betreffen
falen van meerdere eenheden door een gemeenschappelijke oorzaak
Fonds voor de financiering van(een deel van)de in het kader van de grondstoffenovereenkomst(en)aan te houden buffervoorraden.
afwisselend gebruik van een systeemelement voor twee of meer doeleinden of door verschillende gebruikers
bij multiprogrammering: gebied dat door meer dan een programma wordt gebruikt, o.a.voor het aan elkaar overdragen van resultaten of ophalen van gemeenschappelijke gegevens
gebruik van gegevens door verschillende terminalgebruikers, zoals bij een centrale data base